|
Het grote voordeel als directeur van Milieu Centraal is dat je
met alle onderwerpen te maken krijgt: van afval tot zonnepanelen,
van mobiliteit tot moestuin. Milieu hoort overal bij. Zo mocht ik
onlangs spreken op het congres van de Nederlandse bierbrouwers. Ja,
ook die sector is druk doende met verduurzaming van haar
bedrijfsprocessen. Terecht, want voor de aanbouw van de hop en de
gerst is land nodig en voor het brouwen tientallen liters water
voor één liter bier. Over de verpakking van bier is al jarenlang
gedoe wat het beste is: statiegeldglas, wegwerp of blik?
Onzekerheidsmarges
De kennisbasis van Milieu Centraal leverde de cijfers. Je kunt
beter bier kunt drinken dan wijn: bier: 0,8, wijn 2.3 CO2
equivalenten per kilo. De footprint van bier is dus drie keer zo
klein! Dat heeft te maken met grondgebruik: er is veel meer
landbouwgrond (druivenkweek) nodig om tot 1 liter wijn te komen,
bier kost minder grondstof (gerst etc.), want het is grotendeels
water. Dat waterverbruik is de sector succesvol aan het
verminderen. Komt vervolgens de vraag bij me op: kunnen de
grondstoffen ook biologisch geteeld worden? Daar willen de brouwers
nog niet echt aan: duurder en onzekerheidsmarges in de opbrengst.
Jammer, want met duurzaam verbouwde gerst draag je ook nog eens bij
aan beter beheer van landbouwgronden en dus natuurontwikkeling.
Verpakkingen dan? Ik zie het publiek in de zaal een beetje moeilijk
kijken. Daar dachten ze nou juist vanaf te zijn met het convenant
verpakkingen en zwerfafval. Fijntjes wees ik erop dat de
footprint van statiegeldglas-blik-wegwerpglas 1-3-8 is. En dat bij
blik het slechter recyclebaar aluminium steeds meer gebruikt wordt,
wat niet zo'n goed idee is. Staal scoort stukken beter.
Kortom: er zitten vele aspecten aan het brouwen van een biertje.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over het transport…
Langzaam 'duwen'
Zo is het eigenlijk met alle milieudiscussies, je bent nooit
klaar. Heb je één deel van de discussie gehad, of één probleem
getackeld, komt er weer een ander aspect opduiken. De een
noemt dat dan voortschrijdend inzicht, de ander wordt er moedeloos
van. Dat is jammer, want daarmee ontneem je je zelf de kans om
problemen uiteindelijk wel meester te worden. Er zal aan iedere
oplossing een nieuw probleem vastzitten, maar dat is nog geen reden
om niet stug door te zetten. Dit noem ik vaak 'langzaam duwen'.
Het langzaam-duwen-gevoel had ik laatst sterk bij een
discussie die eigenlijk neerkwam op de vraag: moet je het goed doen
of kan het beter? Kan de consument altijd de meest duurzame keuze
maken? Ik ben daar voor mezelf redelijk principieel en voor de
ander nogal pragmatisch in. Voor veel consumenten is een kleine
stap vaak een alternatief waar ze makkelijk voor kunnen kiezen. Een
voorbeeld is Utz Kapeh of Max Havelaar. De lat van Utz ligt lager,
maar ze bereiken wel een groot volume. Moet je daar dan
op tegen zijn? Wat mij betreft geldt ook hier 'langzaam
duwen'. Utz duwt de markt vooruit, de normen van Max blijven
trekken als meest duurzame alternatief. Zo gaat de hele markt
steeds verder de goede kant op.
Stappen met impact
Terug naar het biercongres. Daar kwamen na afloop een aantal
brouwers naar me toe met initiatieven in hun bedrijf over mvo en
verduurzaming. Ik ben daar blij mee. Want al kan het wat mij
betreft allemaal best wat sneller, zij zetten stappen met
impact op een markt waar miljoenen in omgaan. Dat zijn per
definitie grote stappen, hoe klein ze ook zijn. Met plezier dronk
ik nog een biertje met de heren.
Deze column verscheen tevens in het blad van de
VVM, vereniging
voor milieuprofessionals
|